Onze windparken

Zuidenwind is eigenaar van vijf ‘burgerwindmolens’ (klik op bijgaand kaartje): de Coöperwiek in Neer, de twee molens van Windpark Heibloem en twee windmolens op Windpark Ospeldijk. 
De bouw van deze molens is opvallend vlot verlopen omdat ze zijn gerealiseerd volgen de ‘Zuidenwind-methode’. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat de omgeving vanaf het allereerste begin nauw wordt betrokken bij de plannen. Onze werkwijze trekt daarom vaak landelijke aandacht.

De Zuidenwind-methode

De coöperatieve aanpak van Zuidenwind verschilt in menig opzicht van de gangbare aanpak van projectontwikkelaars en beheermaatschappijen.

  • Vanaf de start betrekken wij de omgeving bij onze projecten. Iedereen kan meedoen.
  • Grondspeculatie gaan wij tegen door alle grondeigenaren in de omgeving van de turbine te betrekken bij de ontwikkeling van onze projecten. Dus niet alleen die enkele eigenaar die toevallig een turbine op zijn eigendom toestaat.
  • Onze projecten zijn en blijven in bezit van de coöperatie. Ze worden niet verkocht aan een investeerder ver weg.
  • Leden van de coöperatie kunnen tegen een aantrekkelijk rendement in onze projecten investeren. Zie ook Investeren in wind.
  • De winsten van onze projecten komen voor een belangrijk deel ten goede aan de regio en dragen bij aan het bevorderen van de leefbaarheid in de regio (zie ook Profijt omgeving).
  • Zo krijgt de omgeving met de komst van windenergie een inkomstenbron voor een periode van meer dan 15 jaar.
  • Een deel van de winst wordt besteed aan de ontwikkeling van nieuwe duurzame projecten.
  • De algemene ledenvergadering beslist uiteindelijk over alles wat er gebeurt.

De Coöperwiek

In 2015 bouwde Zuidenwind haar eerste molen: de Coöperwiek, de middelste windturbine van Windpark Neer. De Coöperwiek is in 2015 met behulp van REScoopNL tot stand gekomen en was een samenwerkingsproject van drie burgercoöperaties: Meerwind, De Windvogel en Zuidenwind. 

De coöperaties Meerwind en De Windvogel hielpen Zuidenwind in 2015 met de financiering. Sinds september 2021 is Zuidenwind voor 100% eigenaar.

De Coöperwiek heeft een masthoogte van 98 meter; de tiphoogte met rechtopstaande wiek van 46 meter bedraagt 149 meter. Het maximale vermogen van de molen bedraagt 2,5 Megawatt (MW). Sinds 1 september 2015 produceert deze windturbine geheel volgens verwachting per jaar ongeveer 4,5 miljoen kWh aan groene stroom. Dat is voldoende voor circa 1.500 huishoudens.

  • Opbrengst laatste maand

  • Stroomproductie per dag. De rode lijn geeft de windsnelheid weer.
  • Cumulatief per maand

  • Productie sinds 2015

  • Bouw Coöperwiek

  • De bouw van de Coöperwiek in 2015
Stroomproductie per dag. De rode lijn geeft de windsnelheid weer.
De bouw van de Coöperwiek in 2015

Windpark Heibloem

De twee molens van Windpark Heibloem zijn in 2020 gebouwd. Ze liggen in het verlengde van de vijf molens van Windpark Neer en zijn volledig in coöperatief beheer gerealiseerd. De molens hebben grotere wieken (74,5m) dan de Coöperwiek. Omdat ook de mast iets hoger is, komt de tiphoogte uit op 200 meter.

De molens (type Nordex Delta 4000) wekken per stuk veel meer groene stroom op dan oudere modellen, zo’n 20 tot 25 miljoen kWh/jaar. De twee nieuwe molens samen produceren evenveel als de vijf oudere turbines van windpark Neer, samen genoeg voor ongeveer 8.000 huishouden,

Meer informatie over dit project in het interview met Hier Opgewekt

  • Opbrengst laatste maand

  • Stroomproductie per dag. De rode lijn geeft de windsnelheid weer.
  • Productie sinds 2020

  • Bouw WP Heibloem

  • Bekijk het complete fotoverslag van de bouw van WP Heibloem
Stroomproductie per dag. De rode lijn geeft de windsnelheid weer.
Bekijk het complete fotoverslag van de bouw van WP Heibloem

Windpark Ospeldijk

In nauwe samenwerking met Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) bouwt Zuidenwind momenteel in Nederweert aan de Ospeldijk vier windmolens; twee worden eigendom van Zuidenwind en twee van WML.
De vier windmolens zijn deze zomer gereed en zullen naar verwachting jaarlijks circa 45 miljoen kWh aan groene stroom gaan leveren. Dat is voldoende voor 16.000 huishoudens. Windpark Ospeldijk gaat echter gebruikt worden voor de elektriciteitsbehoefte van alle pompstations van WML. Zuidenwind verkoopt haar stroom aan WML. De groene stroom van Ospeldijk is meer dan voldoende voor de verduurzaming van de hele drinkwatervoorziening in Limburg.

De turbines in Ospeldijk zijn van hetzelfde type Nordex Delta 4000 als in Heibloem. De iets grotere ashoogte bedraagt 135 meter, de tiphoogte 209,5 meter en de wiekdiameter 149 meter.
Meer technische details vindt u in het Datasheet Nordex Delta 4000 en voor wie alle details wil weten, in de complete technische beschrijving.

Stroomproductie per dag. De rode lijn geeft de windsnelheid weer.

Toekomst

Zuidenwind is buiten Leudal en Nederweert ook in verscheidene andere gemeenten actief met de ontwikkeling van windenergie. Vaak begint het met voorlichting van onze Zuidenwind Academie over de coöperatieve aanpak, waarna lokale initiatiefnemers een project verder oppakken.
In Bergeijk heeft een nieuw windinitiatief in 2020 de status ‘Project in voorbereiding’ gekregen. Voor dit project hebben we een principeverzoek voor planologische medewerking opgesteld, samen met een kring van omwonenden. In andere gemeenten zijn projecten in de verkennende fase.

Voor plan- en projectontwikkeling zet Zuidenwind altijd een speciale Projectontwikkelingsgroep op.

Windmolens en landschap

Met de komst van windmolens verandert het landschap. Zuidenwind hecht veel waarde aan een zorgvuldige en weloverwogen vormgeving van haar windparken. Dichtbij, direct rond de molens, zorgen we voor een zorgvuldige ‘natuurinpassing’ waarmee we vooral de natuurwaarden en biodiversiteit versterken. Ook besteden we veel aandacht aan de vormgeving van het park, wat vooral op grotere afstand waarneembaar is.

  • Natuurinpassing

  • Zuidenwind vindt een zorgvuldige inpassing in de directe omgeving van groot belang. Voor de Coöperwiek en Windpark Ospeldijk wordt momenteel gewerkt aan plannen voor natuurontwikkeling en vergroening van het terrein.

    De natuurinpassing van Windpark Heibloem is in volle gang. Langs de Staldijk is een groensingel inclusief voedselbos aangelegd. Verder worden de molenvoeten, kraanopstelplaatsen en de weg tussen de turbines aangekleed met dicht struweel en heide. De rechte kruising Boerderijweg-Staldijk wordt veranderd in een bajonetaansluiting; in het vrijkomende perceel gaat Zuidenwind een klein, dicht bos planten. We combineren zo een veiligere verkeerssituatie met natuurontwikkeling.
    In totaal leggen we in Heibloem 6.000 m² bos en struweel aan, goed voor vogels, patrijzen en kleine zoogdieren. Windpark Heibloem levert zo niet alleen duurzame energie, maar zorgt ook voor verduurzaming van de omgeving. Ontwerp van deze plannen, aanleg, inrichting en onderhoud gebeurt door onze Groengroep.

     

  • Ritme in het landschap

  • De Rijksadviseur voor het Landschap stelde al in 2007 vast dat windturbines een eigen laag vormen in het landschap. Turbines torenen immers boven bomen en bossen uit. Voor de ontwikkeling van windenergie in Midden Limburg liet de Provincie daarom onderzoek doen naar goede opstellingsregels. Voor Windpark Heibloem adviseerde de landschapsarchitect om twee, en niet één turbine te plaatsen. Het eerder gebouwde Windpark Neer bestaat uit vijf turbines, waarbij tussen de eerste twee en de volgende drie een grotere afstand is. De twee turbines van Heibloem sluiten deze rij nu af: ruimtelijk is er een ritme van 2-3-2 turbines. Dit ritme brengt rust in het beeld, ongeacht of je turbines mooi of lelijk vindt.

  • Cultuurhistorie

  • Landschap verandert, niet alleen door plaatsing van windturbines, maar vooral door menselijke bewoning en agrarisch gebruik. Het gebied waar onze molens staan, was tot grofweg 1800 woeste grond: heide en veenpoelen. Nu lijkt het alsof er nooit iets anders was dan akkerbouw en veeteelt. Maar het had heel wat voeten in aarde voor het zover was.

    De ontginning begon met de aanleg van het Neers Kanaal, waarlangs nu de molens in Heibloem staan. Waterbeheersing en veenafgraving maakten daarna landbouw mogelijk. De grootste verandering kwam echter met de ruilverkavelingen van na 1950. Toen werden de wegen, bomenrijen en weilanden en natuur zó gelegd, dat er efficiënt landbouw bedreven kon worden.
    Er is weinig in het huidige landschap dat niet is bedacht of ontworpen!

Zuidenwind vindt een zorgvuldige inpassing in de directe omgeving van groot belang. Voor de Coöperwiek en Windpark Ospeldijk wordt momenteel gewerkt aan plannen voor natuurontwikkeling en vergroening van het terrein.

De natuurinpassing van Windpark Heibloem is in volle gang. Langs de Staldijk is een groensingel inclusief voedselbos aangelegd. Verder worden de molenvoeten, kraanopstelplaatsen en de weg tussen de turbines aangekleed met dicht struweel en heide. De rechte kruising Boerderijweg-Staldijk wordt veranderd in een bajonetaansluiting; in het vrijkomende perceel gaat Zuidenwind een klein, dicht bos planten. We combineren zo een veiligere verkeerssituatie met natuurontwikkeling.
In totaal leggen we in Heibloem 6.000 m² bos en struweel aan, goed voor vogels, patrijzen en kleine zoogdieren. Windpark Heibloem levert zo niet alleen duurzame energie, maar zorgt ook voor verduurzaming van de omgeving. Ontwerp van deze plannen, aanleg, inrichting en onderhoud gebeurt door onze Groengroep.

 

De Rijksadviseur voor het Landschap stelde al in 2007 vast dat windturbines een eigen laag vormen in het landschap. Turbines torenen immers boven bomen en bossen uit. Voor de ontwikkeling van windenergie in Midden Limburg liet de Provincie daarom onderzoek doen naar goede opstellingsregels. Voor Windpark Heibloem adviseerde de landschapsarchitect om twee, en niet één turbine te plaatsen. Het eerder gebouwde Windpark Neer bestaat uit vijf turbines, waarbij tussen de eerste twee en de volgende drie een grotere afstand is. De twee turbines van Heibloem sluiten deze rij nu af: ruimtelijk is er een ritme van 2-3-2 turbines. Dit ritme brengt rust in het beeld, ongeacht of je turbines mooi of lelijk vindt.

Landschap verandert, niet alleen door plaatsing van windturbines, maar vooral door menselijke bewoning en agrarisch gebruik. Het gebied waar onze molens staan, was tot grofweg 1800 woeste grond: heide en veenpoelen. Nu lijkt het alsof er nooit iets anders was dan akkerbouw en veeteelt. Maar het had heel wat voeten in aarde voor het zover was.

De ontginning begon met de aanleg van het Neers Kanaal, waarlangs nu de molens in Heibloem staan. Waterbeheersing en veenafgraving maakten daarna landbouw mogelijk. De grootste verandering kwam echter met de ruilverkavelingen van na 1950. Toen werden de wegen, bomenrijen en weilanden en natuur zó gelegd, dat er efficiënt landbouw bedreven kon worden.
Er is weinig in het huidige landschap dat niet is bedacht of ontworpen!