Menu Close

Windmolens en landschap

Met de komst van windmolens verandert het landschap. Zuidenwind hecht veel waarde aan een zorgvuldige en weloverwogen vormgeving van haar windparken. Dichtbij, direct rond de molens, zorgen we voor een zorgvuldige ‘natuurinpassing’ waarmee we vooral de natuurwaarden en biodiversiteit versterken. Ook besteden we veel aandacht aan de vormgeving van het park, wat vooral op grotere afstand waarneembaar is.

  • Natuurinpassing

  • Zuidenwind vindt een zorgvuldige inpassing in de directe omgeving van groot belang. Voor de Coöperwiek en Windpark Ospeldijk wordt momenteel gewerkt aan plannen voor natuurontwikkeling en vergroening van het terrein.

    De natuurinpassing van Windpark Heibloem is in volle gang. Langs de Staldijk is een groensingel inclusief voedselbos aangelegd. Verder worden de molenvoeten, kraanopstelplaatsen en de weg tussen de turbines aangekleed met dicht struweel en heide. De rechte kruising Boerderijweg-Staldijk is veranderd in een bajonetaansluiting; in het vrijgekomen perceel is een klein dicht (vogel)bos aangelegd. We combineren zo een veiligere verkeerssituatie met natuurontwikkeling.
    In totaal leggen we in Heibloem 6.000 m² bos en struweel aan, goed voor vogels, patrijzen en kleine zoogdieren. Windpark Heibloem levert zo niet alleen duurzame energie, maar zorgt ook voor verduurzaming van de omgeving. Ontwerp van deze plannen, aanleg, inrichting en onderhoud gebeurt door onze Groengroep.

  • Ritme in het landschap

  • De Rijksadviseur voor het Landschap stelde al in 2007 vast dat windturbines een eigen laag vormen in het landschap. Turbines torenen immers boven bomen en bossen uit. Voor de ontwikkeling van windenergie in Midden Limburg liet de Provincie daarom onderzoek doen naar goede opstellingsregels. Voor Windpark Heibloem adviseerde de landschapsarchitect om twee, en niet één turbine te plaatsen. Het eerder gebouwde Windpark Neer bestaat uit vijf turbines, waarbij tussen de eerste twee en de volgende drie een grotere afstand is. De twee turbines van Heibloem sluiten deze rij nu af: ruimtelijk is er een ritme van 2-3-2 turbines. Dit ritme brengt rust in het beeld, ongeacht of je turbines mooi of lelijk vindt.

  • Cultuurhistorie

  • Landschap verandert, niet alleen door plaatsing van windturbines, maar vooral door menselijke bewoning en agrarisch gebruik. Het gebied waar onze molens staan, was tot grofweg 1800 woeste grond: heide en veenpoelen. Nu lijkt het alsof er nooit iets anders was dan akkerbouw en veeteelt. Maar het had heel wat voeten in aarde voor het zover was.

    De ontginning begon met de aanleg van het Neers Kanaal, waarlangs nu de molens in Heibloem staan. Waterbeheersing en veenafgraving maakten daarna landbouw mogelijk. De grootste verandering kwam echter met de ruilverkavelingen van na 1950. Toen werden de wegen, bomenrijen en weilanden en natuur zó gelegd, dat er efficiënt landbouw bedreven kon worden.
    Er is weinig in het huidige landschap dat niet is bedacht of ontworpen!

Zuidenwind vindt een zorgvuldige inpassing in de directe omgeving van groot belang. Voor de Coöperwiek en Windpark Ospeldijk wordt momenteel gewerkt aan plannen voor natuurontwikkeling en vergroening van het terrein.

De natuurinpassing van Windpark Heibloem is in volle gang. Langs de Staldijk is een groensingel inclusief voedselbos aangelegd. Verder worden de molenvoeten, kraanopstelplaatsen en de weg tussen de turbines aangekleed met dicht struweel en heide. De rechte kruising Boerderijweg-Staldijk is veranderd in een bajonetaansluiting; in het vrijgekomen perceel is een klein dicht (vogel)bos aangelegd. We combineren zo een veiligere verkeerssituatie met natuurontwikkeling.
In totaal leggen we in Heibloem 6.000 m² bos en struweel aan, goed voor vogels, patrijzen en kleine zoogdieren. Windpark Heibloem levert zo niet alleen duurzame energie, maar zorgt ook voor verduurzaming van de omgeving. Ontwerp van deze plannen, aanleg, inrichting en onderhoud gebeurt door onze Groengroep.

De Rijksadviseur voor het Landschap stelde al in 2007 vast dat windturbines een eigen laag vormen in het landschap. Turbines torenen immers boven bomen en bossen uit. Voor de ontwikkeling van windenergie in Midden Limburg liet de Provincie daarom onderzoek doen naar goede opstellingsregels. Voor Windpark Heibloem adviseerde de landschapsarchitect om twee, en niet één turbine te plaatsen. Het eerder gebouwde Windpark Neer bestaat uit vijf turbines, waarbij tussen de eerste twee en de volgende drie een grotere afstand is. De twee turbines van Heibloem sluiten deze rij nu af: ruimtelijk is er een ritme van 2-3-2 turbines. Dit ritme brengt rust in het beeld, ongeacht of je turbines mooi of lelijk vindt.

Landschap verandert, niet alleen door plaatsing van windturbines, maar vooral door menselijke bewoning en agrarisch gebruik. Het gebied waar onze molens staan, was tot grofweg 1800 woeste grond: heide en veenpoelen. Nu lijkt het alsof er nooit iets anders was dan akkerbouw en veeteelt. Maar het had heel wat voeten in aarde voor het zover was.

De ontginning begon met de aanleg van het Neers Kanaal, waarlangs nu de molens in Heibloem staan. Waterbeheersing en veenafgraving maakten daarna landbouw mogelijk. De grootste verandering kwam echter met de ruilverkavelingen van na 1950. Toen werden de wegen, bomenrijen en weilanden en natuur zó gelegd, dat er efficiënt landbouw bedreven kon worden.
Er is weinig in het huidige landschap dat niet is bedacht of ontworpen!