Vragen en antwoorden

Inleidende tekst komt hier

Kenmerken van onze parken

Wat is Zuidenwind ?

Zuidenwind is de co√∂peratie, volledige naam: ‚Äúco√∂peratieve vereniging Zuidenwind U.A.‚ÄĚ, die eigenaar is van de Co√∂perwiek, Burgerwindpark Heibloem en de helft van Windpark Ospeldijk.

Ook ontwikkelt de coöperatie nieuwe windprojecten en andere duurzame projecten zoals een voedselbos.

Komt burgerparticipatie goed aan bod bij windplannen?

Coöperatie Zuidenwind is speciaal in het leven geroepen om burgers te laten participeren in de ontwikkeling en exploitatie van de Coöperwiek, nadat deelname bij windpark Neer was mislukt.
De Burgerwindparken Heibloem en Ospeldijk zijn ontwikkeld op basis van het participatieplan van de coöperatie Zuidenwind. Burgers konden meepraten en mee-investeren in de projecten. De gemeenten Leudal, Weert en Nederweert stelden burgerparticipatie als voorwaarde voor medewerking aan vergunningverlening.

Welke krachten spelen een rol bij het ontwikkelen van draagvlak?

In de door de indertijd betrokken gemeenten vastgestelde Windvisie, is participatie als voorwaarde gesteld voor de realisatie van windparken in Leudal, Nederweert en Weert. Op basis van dit uitgangspunt worden alle (mogelijke) stakeholders actief betrokken. Uniek voor Nederlandse begrippen is de grote rol die er voor de burgers in deze projecten is weggelegd. De burgers traden op als projectontwikkelaar via de burgerwindcoöperatie. Overheden, coöperaties en projectontwikkelaars zitten op één lijn als het gaat om het maximaal betrekken van burgers bij de windprojecten.

 

Hoeveel leden van Zuidenwind wonen er in de directe omgeving?

Zuidenwind heeft nu 685 leden. 83% woont in Limburg en Noord-Brabant. In de gemeente Leudal en de gemeente Nederweert woont het grootste deel van de leden 34%.

Hoe hebben burgers invloed op het beleid?

Burgers hebben de wettelijke mogelijkheden voor inspraak en zienswijzen en beroep tijdens diverse fasen van de ontwikkeling van windprojecten. Ze kunnen ook direct meepraten door lid te worden van Zuidenwind en zo een stem uitoefenen in de ontwikkeling. De uiteindelijke zeggenschap over de vergunning van een windproject ligt bij de Provincie of het Rijk, maar deze bevoegdheid kan worden overgedragen aan de gemeente. Dat is bij de windparken in Midden-Limburg ook gebeurd.

Welke aspecten werden onderzocht voordat er een vergunning werd aangevraagd?

Er is onderzoek gedaan naar landschap, geluid, slagschaduw, bodemvervuiling, ecologie (mogelijke schade aan zeldzame soorten), veiligheid, archeologie en waterbeheer.

Wat is er onderzocht op het gebied van ecologie?

Eerst is vastgesteld of er beschermde soorten in het gebied leven, vervolgens is aan de hand van tellingen ingeschat wat de impact is. De impact op beschermde soorten bleek zodanig klein dat de provincie ontheffing verleent voor de beperkte sterfte die zal optreden. Het gaat om enkele exemplaren per soort per jaar voor de windparken Ospeldijk en Heibloem.

Waarom werkt Zuidenwind met de Waterleiding Maatschappij Limburg samen?

De Waterleiding Maatschappij was in het projectgebied Ospeldijk bezig met het plannen van windenergie rond haar pompstation. Zij wil haar bedrijfsvoering baseren op groene energie.¬† Voor de vestiging van windmolens zijn grondposities nodig. Onze aanpak is erop gericht grondspeculatie te voorkomen door een sociale verdeling met de directe omgeving. De WML was graag bereid deze sociale aanpak te volgen en met ons samen te werken. Verder gaf de windvisie van de gemeenten de juiste ‚Äėdruk‚Äô om samen te werken. Het plan Ospeldijk is qua windopbrengst en turbines 50/50 verdeeld, maar de groene stroom gaat in zijn geheel naar WML.

Komt er een opslaglocatie voor (overtollige) energie? Hoe en waar?

Hier is nog niet in voorzien. Op dit moment zijn de kosten voor opslag nog erg hoog. Als Zuidenwind blijven we deze ontwikkeling nauwlettend volgen, omdat dan nog meer van onze eigen stroom in de omgeving gebruikt kan worden.

Wat zijn de risico’s van een fundatie van een windmolen bij de Peelrandbreuk?

Door ingenieursbureau Inpijn Blokpoel is er een uitgebreid onderzoek gedaan naar de kwaliteit en draagkracht van de ondergrond, onder meer door het uitvoeren van sonderingen. Uit de berekeningen bleek, dat in Heibloem de directe ondergrond zo stevig is door de aanwezigheid van een laag keileem, dat er zelfs niet geheid hoefde te worden. De turbine staat op een heel grote schijf gewapend beton. In Ospeldijk zijn er heipalen geboord tot op de eerste zandlaag onder het veen.
De Peelrandbreuk loopt op een afstand van 150 meter langs windpark Heibloem, maar de breuk ligt zo diep dat er géén grote schokken aan de oppervlakte verwacht worden.

Hoe hoog zijn de windmolens?

De molens van windpark Neer, hebben een ashoogte van 98 meter en een tiphoogte van 184 meter. De Coöperwiek is iets hoger met een tiphoogte van 190 meter. De aansluitende molens in Heibloem hebben een ashoogte van 125 meter en een tiphoogte van 200 meter. De molens in Ospeldijk hebben een ashoogte van 135 meter en een tiphoogte van 210 meter. Beide parken hebben dezelfde wieken en rotor.

Waarom moeten de windmolens zo groot zijn?

De stroomopbrengst van een windmolen is afhankelijk van de windsnelheid (in de derde macht) en de hoeveelheid wind die gevangen kan worden door de wieklengte (in de tweede macht).
Hoe hoger je komt, hoe hoger de gemiddelde windsnelheid wordt. Op 140 meter hoogte waait het gemiddeld 35% harder dan op 80 meter hoogte en levert bij gelijke wieken dan 2,5 maal meer windenergie. Hogere molens kunnen grotere wieken hebben; 50% langere wieken leveren 125% meer windenergie. Dus hogere molens leveren meer stroom en daarmee leveren ze ook een grotere bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstelling en het omgevingsfonds.

Wat leveren de windmolens op aan stroom in kilowattuur? Is er een grafiek beschikbaar over de geproduceerde elektriciteit per jaar?
Een windmolen van rond de 125 meter ashoogte heeft een maximaal vermogen van 4 tot 5 MW (1 megawatt = 1.000 kilowatt) en levert, afhankelijk van de wind, in onze regio zo‚Äôn 10 tot 13 miljoen kilowattuur ¬†per jaar. De opbrengst hangt ook af van de plek van de molen. De vier molens op rij in Ospeldijk zijn hoger en vangen meer wind, maar de rij zelf staat ongunstiger op de meest voorkomende wind, waardoor de molens elkaar de wind wegvangen.¬† Heibloem staat met Neer erg gunstig op de heersende zuidwestenwind, maar wordt ook be√Įnvloed door Egchelse Heide. De concrete opbrengsten per maand staan in een grafiek op onze website.
Welk deel van het energieverbruik van de regio wordt gedekt door de opgewekte elektriciteit van de windmolens?

Alle molens in Midden-Limburg samen (dus de vier molens van Ospeldijk, de drie in Weert, de vijf molens van Egchelse Heide, de twee van Heibloem, de drie van de Kookepan en de vijf in windpark Neer) produceren samen per jaar gemiddeld ongeveer 206 miljoen kWh, ofwel 742 TJ . Dat is voldoende voor 68.000 huishoudens, en een groot deel van de elektriciteitsvraag, maar een klein deel van het totale energiegebruik (naast elektra ook verwarming, mobiliteit enz.)

Zijn er in de toekomst belemmeringen om windmolens te bouwen?

Niet meer dan in het verleden. De capaciteit van het openbare net is nu soms een beperkende factor en het draagvlak bij de politiek gaat in de tijd op en neer. De gemeente Nederweert wil op dit moment eerst evalueren. In de Regionale Energie Strategie van Midden- en Noord-Limburg staat nu wel windenergie gepland voor Leudal en voor Nederweert.

Waait het hard genoeg in Midden-Limburg?

De gemiddelde windverwachting is in Limburg lager dan aan de kust. Bij het vaststellen van de hoogte van de SDE-subsidie wordt hier rekening mee gehouden. Midden-Limburg valt in een windgebied van gemiddeld 6,5 tot 7 m/sec op 100 meter hoogte. Dat is ruim voldoende om rendabel stroom te produceren.

Meer informatie hierover is te vinden op de Nationale EnergieAtlas.

Wat dragen de windparken bij aan de omgeving?

Voor alle windparken bestaan er omgevingsfondsen. Windpark Ospeldijk stort elk jaar ‚ā¨ 44.000 in het omgevingsfonds. In Heibloem is dat ‚ā¨ 22.000 per jaar. De omgeving maakt van deze fondsen gebruik voor duurzame projecten, zoals de Burgerbus in Heibloem.

Over windenergie: waarom en weetjes

Waarom windmolens?

Windenergie is schoon en onuitputtelijk. Bovendien is het de goedkoopste vorm van duurzame energie. En we kunnen het zelf produceren. Zo zijn we minder afhankelijk van gas, kernenergie en kolen uit andere landen. De meeste energie (in 2020 ongeveer 86%) in Nederland komt nu uit fossiele brandstoffen en daardoor komt er steeds meer CO2 in de atmosfeer. Daardoor stijgt de temperatuur van de aarde (broeikaseffect). Uiteindelijk gaat dit ingrijpende gevolgen hebben voor mens en dier. Hierom is het belangrijk dat we energie besparen én overstappen op duurzame energiebronnen zoals zon en wind.

Zijn windmolens rendabel zonder subsidie?

Sinds de stijging van de stroomprijzen: JA.  Bijna alle projecten van duurzame energie ontvangen een basis-prijsgarantie (en dus eventueel subsidie). De marktprijs van elektriciteit ligt nu boven de garantieprijs en er wordt géén subsidie uitgekeerd.

Duurzame energie kost nog steeds iets meer dan stroom opwekken met kolen of gas. De kosten van duurzame energie dalen echter gestaag en de gesubsidieerde garantieprijzen worden dus geleidelijk lager. De subsidies weerspiegelen met name dat kolen en gascentrales bijna niet betalen voor hun vervuilende uitstoot (CO2, NOx, fijnstof etc.). De belangrijkste Nederlands subsidie voor duurzame energie was in de afgelopen jaren de SDE+ regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie). Inmiddels is die regeling ge√ęvolueerd tot de SDE++ regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie). In de basis ondersteunt de SDE-initiatieven op zo laag mogelijk kosten van het vermijden van CO2-uitstoot. Dit wordt subsidie-intensiteit genoemd. Met de subsidies wordt voor bijvoorbeeld windenergie zoveel mogelijk een gelijk (kosten-)speelveld gecre√ęerd t.o.v. elektriciteitsproductie met kolen en gas. In de waaier van mogelijkheden om CO2-uitstoot te verminderen, scoort wind op land op het gebied van subsidie-intensiteit goed. De 2020 SDE-subsidies voor nieuwe wind op land projecten vari√ęren van 0 ct/kWh op goede wind locaties tot 2ct/kWh op minder goede locaties. Dit betekent een range van ‚ā¨ 0 - ‚ā¨ 80 per ton vermeden CO2-uitstoot. Wij verwachten dat subsidies niet zullen verdwijnen, maar dat wel verschuivingen plaats gaan vinden.

Technologie√ęn zoals windenergie worden steeds goedkoper, maar de inpassing van steeds meer wind en zon in ons energiesysteem vraagt ook om steeds meer afstemming, energieopslag en balancering. Die ontwikkelingen zijn relatief nieuw en zullen aanvankelijk financi√ęle ondersteuning nodig hebben. Bij energieprijzen boven 7 ct /kWh is windenergie rendabel, echter voor de financiering van projecten is een langjarige garantie van bijv. het Rijk nodig.

Waarom moet er zoveel windenergie worden opgesteld?

Onze energievoorziening moet duurzaam en zoveel mogelijk onafhankelijk zijn. Dat kan met zon en windenergie. De Rijksoverheid heeft in de EU afgesproken dat in 2023 16% van de Nederlandse energiebehoefte afkomstig is van duurzame/hernieuwbare bronnen. Deze taakstelling is vertaald naar subdoelstellingen voor onder andere wind op land (6.000 MW). Het opgestelde vermogen voor windenergie op land komt naar verwachting in 2023 uit 6.190 MW. Deze subdoelstelling is daarmee behaald, en daarmee is een goed begin gemaakt voor een duurzaam energiesysteem.

Nederland zet nu ook sterk in op wind op zee.

In 2021 bedroeg de productie 17.980 GWh aan wind en 11.400 GWh aan zon. Dat is 33% van de totale elektriciteitsvraag. Hernieuwbare stroom is echter slechts een deel van de totale hernieuwbare energie. Het energiegebruik in Nederland bestaat uit drie onderdelen; warmte, 55% (vooral gebouwen en industrie), transport, 25% (vooral wegverkeer en vliegverkeer) en stroomverbruik, 20%.

In het klimaatakkoord (2018) en het regeerakkoord is afgesproken om in 2030 35.000 GWh aan duurzame elektriciteit op land op te wekken met zon of wind.

In de Regionale Energie Strategie√ęn (RES) zijn hier plannen voor gemaakt voor nieuwe wind en zonneparken.

Is de energievisie van de overheid niet alweer achterhaald? Ik zie zoveel alternatieve energiebronnen.

Feit is dat Nederland nog veel moet doen om haar energieproductie te verduurzamen. Windenergie zowel op land als op zee is de goedkoopste vorm van duurzame energie en moet een belangrijke rol spelen in het bereiken van 49% CO2 besparing in 2030. Zuidenwind houdt de ontwikkeling van nieuwe technologie√ęn in de gaten omdat hier ook investeringsmogelijkheden voor de regio bij kunnen zitten. De overheid zet vooral in op praktisch haalbare doelen met wind op zee en zo en wind op land.¬† Voor andere vormen, zoals biovergisting, geothermie blijft het lastig om tot een sluitend ondernemingsplan te komen.

Is zonne-energie op gebied van horizonvervuiling beter dan windenergie?

Dat is niet te meten. Windmolens zijn aan de horizon een duidelijke landmark. Dat is een duidelijk verschil met zonnepanelen. Hoewel sommigen zonneparken in hun directe omgeving ook niet mooi vinden. Voor de opbrengst van 1 moderne windmolen zoals in Heibloem is ca. 20 hectare aan zonnepanelen nodig.

Hebben zonnepanelen een betere opbrengst dan windmolens?

Windmolens op land maken ongeveer 4 keer zo veel stroom per opgesteld vermogen (MW) dan zonnepanelen. Dat komt omdat er in ons land gemiddeld vaker/langer een ideale wind is- ook ‚Äės nachts en in de winter, dan ideale zonneschijn. Om voldoende schone energie op te wekken, hebben we echter beide nodig. Zonne-energie is sterk in opkomst, maar op dit moment nog duurder dan windenergie. ¬†Zuidenwind is g√©√©n voorstander om zonneparken op goede landbouwgrond te plaatsen.

Zijn zonnepanelen in potentie een vervanging voor windmolens op land?

De komende 40 -50 jaar zeker nog niet. Zowel windmolens als zonnepanelen hebben als nadeel dat ze niet altijd productief kunnen zijn. Windturbines produceren ‚Äės nachts wel - zonnepanelen niet. Gemiddeld hebben zon en wind wel een mooi aanvullend patroon (zomer/winter, dag/nacht). Als de wind waait, dan schijnt de zon vaak niet. Over 20 jaar zal er veel meer stroom nodig zijn dan er nu beschikbaar is, omdat steeds meer processen elektrisch verlopen (koken, industri√ęle processen, transport etc.). Dit maakt dat ervoor zowel windenergie als voor zonne-energie forse doelstellingen zijn opgesteld. Afhankelijk van het behalen van deze doelstellingen en van een aantal technische ontwikkelingen zoals opslag zijn windmolens op land wellicht over 40 jaar minder nodig, maar beleidsmakers gaan ervan uit dat dat nog wel langer dan 40 jaar gaat duren.

Hoe lang gaat een windmolen mee?

Economisch wordt deze in 15 jaar afgeschreven, technisch gaat een windmolen zeker 20 jaar mee en vaak langer. Daarna worden ze afgebroken. Dit kan meestal kostenneutraal, omdat veel onderdelen hergebruikt kunnen worden. Ook gaan we onderzoeken of er na afbraak behoefte is aan nieuwe windmolens op onze locaties.

Zijn er al kleine windmolens die geschikt zijn om bij mij thuis neer te zetten?

Ja, er zijn verschillende modellen in de handel. Het rendement van dit soort windmolens valt erg tegen. Natuurkundig gezien zijn het rotoroppervlak en de windsnelheid van groot belang voor de effici√ęntie en de effectiviteit van het opwekken van elektriciteit met wind. Dit betekent dat √©√©n windmolen van 120 meter hoog ongeveer evenveel oplevert als 5.000 windmolens van 10 meter hoog. Zowel in grondgebruik, investering als ook bijvoorbeeld in geluid vinden wij kleine molens op dit moment geen goed alternatief.

Worden voor het maken van een windmolen schadelijke stoffen gebruikt voor magneten?

In de turbine is een ring met sterke magneten nodig. Er zijn fabrikanten die hiervoor Permanente Magneten gebruiken met het materiaal Neodymium, dat tot op heden op zeer milieu-onverantwoorde wijze wordt gewonnen. Er wordt in de landen waar dit gewonnen wordt steeds meer aandacht besteed aan de wijze van winning, maar inmiddels wordt een groot deel van de moderne windturbines tegenwoordig niet meer met Permanent Magneten voorzien, maar met elektromagneten. Hierin wordt het magnetisch veld in een koperwikkeling met ijzerkern opgewekt door de windturbine, zonder gebruik van de grondstof Neodymium. Naast dat dit een veel milieuvriendelijker fabricageproces is, heeft dit als voordeel dat het magnetisch veld over tijd niet degradeert onder invloed van temperatuurschommelingen.

Wat is nu een geschikte locatie voor windenergie en zonne-energie? Wie bepaalt dat?

Een geschikte locatie voor windenergie is een locatie waar zich geen belemmeringen voordoen. Belemmeringen kunnen van diverse aard zijn als bijvoorbeeld woningen, ondergrondse leidingen, infrastructuur, enzovoorts. Ook wordt er gekeken naar de windverwachting op de locatie om de economische waarde van een locatie te bepalen. Vervolgens moet er een bestemmingsplanwijziging komen voor de productie van energie. Voor windenergie beslist de provincie of het Rijk daarover. In een procedure waarin burgers op verschillende momenten zienswijzen kunnen indienen wordt dan het bestemmingsplan aangepast en de bouwvergunning afgegeven.

Voor zonne-energie zijn er minder technische belemmeringen, maar veel gemeenten gebruiken de zonneladder. Zij willen geen landbouwgrond opofferen voor zonne-energie waardoor vooral de daken overblijven. Ook onze leden steunen deze zienswijze, en pleiten voor zonne-energie vooral in relatie met een windpark.

 

Tot welke windkracht blijft een windmolen draaien?

Afhankelijk van het type tot ongeveer windkracht 9 à 10 (25 m/s).

Waarom staan windmolens vaak stil?

Dat valt wel mee. Windmolens draaien gemiddeld circa 80% van de tijd. Ze staan stil tijdens een storing of onderhoud (3% van de tijd, dit is minder dan de helft van een kolencentrale of gascentrale en vergelijkbaar met bijvoorbeeld een auto).

Onderhoud wordt bij voorkeur gepleegd op windstille momenten. Verder kunnen ze stilstaan als het niet waait of langere tijd boven windkracht 9-10 waait en voor korte momenten kunnen ze ook stoppen vanwege slagschaduw.

Staan de molens ook stil omdat ze hun stroom niet kwijt kunnen op het net?

Onze molens kunnen de stroom altijd kwijt op het net. Zuidenwind heeft met de netbeheerder Enexis contractueel vastgelegd, dat de maximale capaciteit beschikbaar is. Daarom maken we ook plannen om onze molens te combineren met zonneparken, zodat we die beschikbare capaciteit optimaal benutten.

Wat is de carbon footprint van een windmolen en hoe is deze verhouding tot bijvoorbeeld zonnepanelen of steenkool?

Om dit goed te bepalen moet je voor de diverse opwekkingsmethodes in de hele levenscyclus ‚Äď dus van wieg tot graf ‚Äď bekijken hoeveel CO2 er gemoeid is met het opwekken van een kWh elektriciteit. Er zijn veel van dit soort studies gedaan en de uitkomsten vari√ęren, maar je ziet wel dat windenergie als beste uit de bus komt. Onder andere NREL (National Renewable Energy Laboratory) heeft hier onderzoek naar gedaan. Het interpreteren van de resultaten is voer voor specialisten, maar onderstaand plaatje geeft wel een beeld over hoe schoon windenergie is:

Is de opslag van energie al mogelijk?

Energieopslag is op verschillende manieren mogelijk, maar hierin wordt ook nog volop ontwikkeld. De prijs van opslag is hoog, maar daalt snel. Er wordt verwacht dat vanaf 2025 de prijs van accu's zodanig gezakt is dat ze standaard zullen worden toegepast bij de opwek van zonne- en windenergie. Echter windturbines produceren veel stroom zodat in slechts korte tijd hele containers met batterijen vol zijn. Batterijen dienen dan ook meer voor netstabilisatie dan voor opslag. Omzetting van elektriciteit in waterstof als energiedrager, maakt opslag wel mogelijk. Deze manier levert echter energieverlies op (30%) bij de omzetting.

 

Kunnen windmolens kleuren krijgen?

Als standaard wordt de kleur lichtgrijs gebruikt omdat deze kleur meestal het minste opvalt in het landschap. Een merk (Enercon) heeft een gepatenteerde groene onderkant. De gemeenten Leudal en Nederweert hebben ons in de vergunning verplicht de bekende grijze kleur te gebruiken. Kleuren kunnen dus wel, maar de turbines vallen dan wel op.

Klopt het dat grote energiecentrales op een onrendabele manier als back-up klaar staan voor windstilte?

Nee, dat klopt niet. Windenergie vormt een beperkt deel van de totale elektriciteitsopwekking in Nederland. De inzet van diverse elektriciteitsbronnen (kolencentrales, zon, wind) wordt veel meer be√Įnvloed door het constant fluctuerend gebruik van stroom (de vraag naar stroom) dan door de onvoorspelbaarheid van wind (de stroomlevering). Er staat nu in Nederland bijna twee keer zoveel capaciteit aan energiecentrales dan we nodig hebben op een piekmoment! Als wind en zon in de toekomst een veel groter percentage van de Nederlandse energie gaan opwekken, kan dit probleem opgelost worden door de onbalansmarkt te versterken met grote energievragers.

Waarom windmolens in het binnenland, waait het daar niet te weinig?

Het verschil in windkracht is op een hoogte van 80 meter en meer, minder groot dan je denkt, enkele tienden in m/sec. In het binnenland kun je beter hoge windturbines bouwen, omdat het daar harder waait. De verschillende die er nu zijn worden gecompenseerd in het subsidietarief om te voorkomen dat er alleen maar windmolens aan zee mogelijk zijn.

Is zonne-energie niet goedkoper dan windenergie?

Zonne-energie kost nu (2022) ongeveer 7 cent per kWh. Windenergie kost op land bij ons ongeveer 5 cent per kWh en aan de kust 2.

Betalen we niet gewoon enorm veel belasting voor windparken?

Naast windparken kunnen ook zonnepanelen profiteren van SDE (tot 8 ct/kWh). Verder krijgen consumenten belastingvoordeel (13 ct/kWh) op de door hun opgewekte energie. Bij de huidige stroomprijzen (hoger dan 7 cent /kWh - gaat er zelfs helemaal géén subsidie naar windenergie.

Het meeste belastinggeld gaat naar verkapte subsidies op gebruik van fossiele energie (vrijstellingen, prijsreguleringen etc.).

Waarom zijn er zoveel windmolens nodig?

Dat is omdat wij nu samen gewoon heel erg veel, meestal nog fossiele energie gebruiken. De windmolens in de gemeenten in Midden-Limburg wekken ongeveer 30% van het elektriciteitsgebruik in de regio op.

Hoe was de wetenschap betrokken bij het energieakkoord?

Nederland bleek in 2012/2013 zorgelijk achter te lopen op gebied van realisatie van de Europese 2020-doelstellingen, met name waar het de verduurzaming van de energievoorziening betreft. Juist oproepen van wetenschappers hebben er mede toe geleid dat de SER zijn nationale platformfunctie ter beschikking heeft gesteld om in een brede samenwerking van maatschappelijke organisaties een langetermijnperspectief te ontwikkelen, omdat het gezamenlijke belang soms ver uitstijgt boven de deelbelangen van afzonderlijke individuen en organisaties. Naast werkgevers- en werknemersorganisaties, natuur- en milieuorganisaties, maatschappelijke organisaties, financi√ęle instellingen hebben ook vele tientallen wetenschappers, ondernemers, politici en andere betrokken Nederlanders aan dit akkoord bijgedragen met hun visies en inzichten. Zij hebben dat gedaan tijdens de bijeenkomsten die in het land zijn gehouden, via brainstormsessies en expertmeetings in het SER-gebouw, via de online-consultaties, via ingezonden brieven of in verdiepende gesprekken.

Zijn er alternatieven voor windenergie?

Niet werkelijk. Zeker zonne-energie, biomassa en in mindere mate waterkracht zijn alternatieven. Echter moeten alle zeilen op het gebied van duurzame energie worden bijgezet om doelstellingen te halen. Bovendien is het verstandig om niet afhankelijk te zijn van één bron, maar een mix van energiebronnen te hebben. De verschillende bronnen zijn niet even duur. Op dit moment kent windenergie het laagste ruimtebeslag en de laagste kostprijs. Zie hiervoor de site van RVO.

Kunnen Thoriumcentrales een alternatief zijn voor windenergie?

In de toekomst zou dit mogelijkerwijs kunnen, maar op dit moment is dat verre van een bewezen techniek en nog onbetrouwbaar. Nederland heeft daar dus op dit moment nog niet voor gekozen.  Meer informatie over thoriumreactors.

Windmolens worden gebouwd om CO2-uitstoot te verminderen, maar veroorzaken ze per saldo niet juist meer CO2?

De opwekking van windenergie heeft, behoudens een beperkte CO2-belasting tijdens bouw en sloop, geen CO2-uitstoot doordat er geen fossiele brandstoffen gebruikt worden. De CO2-uitstoot door bouw en sloop wordt in 3 tot 6 maanden draaien gecompenseerd. De door wind opgewekte energie is altijd CO2-vrij en zal nooit tot meer fossiele opwek leiden. Onder andere in het SER-energieakkoord zijn er scenario‚Äôs ontwikkeld die moeten leiden tot een evenwichtig energiesysteem waarin door veel, elkaar aanvullende maatregelen de fossiele stroomproductie kan worden afgebouwd. Windenergie neemt in deze scenario‚Äôs steeds een belangrijk aandeel ‚Äď tussen de 20 en 35% ‚Äď in. Daarvan is nu 2% gerealiseerd.

Meer informatie op Wind LCA Harmonization (Fact Sheet).

Effecten op de omgeving

Slagschaduwnorm, hoe zit het precies?

De schaduw van de molen en de wieken draait met de zon mee. De schaduw van de wieken geeft zogenaamde slagschaduw en reikt bij zonsopgang en -ondergang en in de winter het verst. In de wet staat dat woningen maximaal 5:40 uur (17 dagen x 20 minuten) blootgesteld mogen worden aan slagschaduw.

Als hoogte en locatie van een windmolen bekend zijn, is de slagschaduw te berekenen. De molen wordt stilgezet als er een overschrijding dreigt te ontstaan. Het is vooraf bekend wanneer slagschaduw kan optreden. Zuidenwind hanteert de regel dat er zodra er slagschaduw op een woning optreedt, de molen stilgezet kan worden door de bewoners. Daarbij is van belang dat bij geen wind of geen zon er geen sprake is van slagschaduw.

Hoe zit het met slagschaduw bij bedrijven?

Alleen woningen zijn wettelijk beschermd tegen slagschaduw. Slagschaduw kan bij bedrijven natuurlijk wel optreden. In Nederland vinden we het acceptabel dat bedrijven hier enige overlast van hebben. Zuidenwind is in overleg gegaan met de bedrijven om Heibloem over de slagschaduwkalender, dat zijn de momenten waarop slagschaduw door het jaar heen kan optreden. Dat is erg afhankelijk van de plaats t.o.v. het windpark. Het gaat echter nooit om heel veel uren per jaar, maar kan wel in bepaalde perioden dagelijks optreden.

Wordt er rekening gehouden met onze gezondheid?

Enerzijds dragen windmolens bij aan een algeheel betere luchtkwaliteit en dus gezondheid. Anderzijds zijn er lokaal effecten zoals geluid. Er zijn geen directe gezondheidseffecten van windmolens bekend. Indirect kunnen mensen als gevolg van stress of slapeloosheid wel gezondheidsklachten hebben die ze dan ook in verband brengen met een windproject.

Wat is het maximale geluid dat een windmolen kan maken? Wie ziet toe op de naleving van geluidsnormen? Kunnen we een voorbeeld horen?

Geluid van een windmolen wordt veroorzaakt door de draaiende rotorbladen (aerodynamisch geluid) en bewegende delen (mechanisch geluid) zoals de generator en tandwielkast. Bij moderne turbines is dit laatste type geluid ondergeschikt. De hoeveelheid geluid die een windmolen produceert is (bij dezelfde windsnelheden) gelijk in de dag, avond- en nachtperiode. Er zijn dus niet echte piekgeluiden te onderscheiden. Het geluid wordt waargenomen als een breedbandig geluid met een zoevend karakter. Overdag is dit normaal gesproken niet hoorbaar, maar ’s nachts kan dit afhankelijke van het overige omgevingsgeluid wel waargenomen worden. In Nederland bedraagt de norm op de gevel maximaal 47 decibel Lden (gemiddelde van de dag, avond over een jaar)  en 41 decibel Lnight (gemiddelde geluidniveau over alle nachten in een jaar). Deze normen zijn tot stand gekomen op basis van een afweging tussen het te verwachten percentage hinder ­­­­en de noodzaak om meer duurzame energie op te wekken. De Nederlandse norm is niet duidelijk afwijkend van normen elders in Europa. De gemeente ziet toe op de geluidsnormen. Zuidenwind berekent jaarlijks de hoeveelheid geproduceerd geluid.

Maakt de windrichting uit voor het geluid van de windmolens?

Ja, wind draagt geluid verder. De voorkeurswind bepaalt waar op grotere afstand mogelijk hinder optreedt. Geluidsoverlast is een erg relatief verschijnsel. Het geluidsniveau van bijvoorbeeld windmolens moet gerelateerd worden aan overige geluidsbronnen, bijvoorbeeld een snelweg, om inzicht te krijgen in de mate van geluidsoverdracht. Ook is het zo dat er bijzondere omstandigheden zich voordoen. Zo kan het bijvoorbeeld windstil zijn, maar op 100 meter hoogte hard waaien. Dit leidt tot een hogere geluidsbelasting. Met deze verschijnselen wordt in de  geluidsberekening rekening gehouden.

En hoe zit het met laagfrequent geluid?

Windmolens maken vergeleken met bijvoorbeeld treingeluid weinig laagfrequent geluid. Lage frequenties dragen wel verder. In Nederland is er geen aparte norm voor laagfrequent geluid, maar meestal wordt de Deense norm in het onderzoek meegenomen.

Maken ze ook windmolens die geen geluid maken en is er verschil tussen oude en nieuwe windmolens?

De techniek van windmolens wordt steeds beter en het geluid per MW is in de loop van de jaren flink afgenomen. Daar staat tegenover dat de molens groter zijn geworden. Maar per saldo zijn er minder problemen met geluid dan zeg 10 jaar geleden.

Is er gekeken naar overige gezondheidseisen en -normen (naast geluid) zoals bij bijvoorbeeld grondwatervervuiling bij heien?

Buiten geluid en slagschaduw zijn er geen verdere onderzoeken naar gezondheidseffecten voor mensen gedaan.

Daalt de waarde van mijn huis?

Er is weinig concreet bewijs voor waardedaling van woningen en er is nog zelden planschade uitgekeerd aan omwonenden. Recent onderzoek op basis van NVM-gegevens geeft een indicatie dat er enige waardedaling optreedt in een straal van 1.500 meter rond windmolens, maar dat dit een tijdelijk effect is en nog binnen het eigen risico van 2% ligt. Binnen een straal van 800 meter is er meer kans op planschade. Zuidenwind ziet socialisering van de grondvergoeding en burgerparticipatie als middel om waardedaling te voorkomen. Over dalende woningwaarde is inmiddels ook veel gepubliceerd in elkaar tegensprekende onderzoeken. Probleem hierbij is dat andere effecten, zoals de aanwezigheid van spoorlijnen of drukke wegen hierbij moeilijk te scheiden zijn. Conclusie is dat het erg situatie afhankelijk is. Uit Denemarken krijgen wij een positief verhaal: Windmolens brengen juist prijsstijgingen teweeg door gunstige voorwaarden bij het investeren in windmolens voor nabijgelegen woningen.

Hebben paarden last van windmolens?

Voor natuurlijke fauna is het verplicht om een Milieu Effect Rapportage uit te voeren. Voor Ospeldijk is er ook een onderzoek naar effecten op vliegende fauna gedaan. Over effecten op huis- en boerderijdieren is weinig bekend. Voor zover ons bekend is er ook nog geen aanleiding geweest om dit te onderzoeken. De British Horse society ziet windparken juist als geschikte gebieden om paard te rijden

Ook in Leudal is een springpaardenfokker al jaren gevestigd onder de windturbines.  De British Horse society ziet windparken juist als geschikte gebieden om paard te rijden

Ook in Leudal is een springpaardenfokker al jaren gevestigd onder de windturbines.

Geven de generatoren van de windmolens elektromagnetische straling af?

Nee, niet in de zin dat deze meetbaar is op 20 meter rond de generator. Deze is vergelijkbaar met een flinke motor of pomp. Zuidenwind koos juist de turbines van de fabrikant Nordex omdat deze stiller zijn, maar ook omdat deze worden toegepast in de directe nabijheid van de LOFAR- de radiotelescoop in Buinen. De turbines zijn vooraf getest en storen de ontvangst niet ‚Äď een laptop geeft meer straling af dan de windturbines van Nordex.

Staan de molens in de weg voor luchtballonnen?

Luchtballonnen vliegen tussen 150 en 1000 meter hoogte, de piloten zijn getraind om windmolens ruim te ontwijken en kunnen er dus ook overheen vliegen.

We hebben regelmatig laagvliegende helikopters in het gebied, vormen de windmolens een probleem?

Laagvliegende helikopters van het leger hebben geen vaste beschermde routes. Windparken worden wel in overleg met defensie gepland.

Wat is de afstand die tot woongebieden wordt aangehouden ?

Er is een vuistregel om een afstand van 200 meter aan te houden voor woningen die ‚Äėtot de inrichting (=windmolen) behoren‚Äô. Voor andere woningen wordt een vuistregel van minimaal 400 meter aangehouden omdat de ervaring leert dat het geluidsniveau dan binnen de normen blijft. Overigens wordt er meestal naar locaties gezocht waar zo weinig mogelijk mensen in de buurt wonen.

Waarom is gekozen voor Ospeldijk, er waren toch betere locaties in de gemeente ?

In de gemeente Nederweert deed de gemeente in 2016 een uitvraag naar windenergieplannen. Zuidenwind diende samen met anderen voor drie gebieden plannen in. B&W legde op advies van een beoordelingscommissie uit 13 voorstellen er drie aan de gemeenteraad voor. Al deze voorstellen voldeden aan de normen die de gemeente had gesteld. De raad selecteerde Ospeldijk onder meer vanwege het meest lokale karakter van het plan (WML en Zuidenwind).

Waarom wordt er geen MER studieMER-studie (milieu effect rapportage) gemaakt voor de windmolens in Heibloem en Ospeldijk?

Voor Ospeldijk en ook voor Heibloem is een MER -beoordelingsstudie uitgevoerd. In dit onderzoek zijn dezelfde effecten onderzocht als in een volledige MER-studie. Vanwege de beperkte omvang van het plan bleek, dat er geen significante negatieve milieueffecten optreden en er geen wettelijke verplichting tot het uitvoeren van een volledige MER-studie is. Dit oordeel is overgenomen door de gemeente.

Is er effect op landbouwgewassen?

Er is niets nadeligs bekend over speciale invloed van windmolens op landbouwgewassen.

Hoe vaak gebeuren er ongelukken met windmolens?

Er kunnen ongelukken gebeuren met windmolens. Denkbaar zijn branden, afbrekende wieken en wegwaaiende gondelkappen. Dit gebeurt echter zeer sporadisch en de kansen hierop wijken niet af van die op andere grote calamiteiten. In de veiligheidsstudie voor de omgevingsvergunning is de kans op deze ongelukken altijd meegenomen.

Hoe wordt de veiligheid gewaarborgd?

Veiligheid speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling, de bouw en het beheer van een windpark. Elke windmolen moet in Nederland gecertificeerd zijn. Deze certificering is een waarborg dat de constructie van de windmolen uitgebreid gecontroleerd is op tal van risico‚Äôs. Ook moet bij de locatiekeuze voor een windpark gezorgd worden dat er voldoende afstand wordt gehouden tot snelwegen, spoorwegen, hoogspanningsleidingen en tot ondergrondse (gas)transportleidingen e.d. Dit bijvoorbeeld i.v.m. het ‚Äď z√©√©r geringe ‚Äď risico dat een wiek afbreekt. Bij de exploitatie van het windpark wordt o.a. goed rekening gehouden met kans op ijsvorming op de rotorbladen (wieken). Wanneer er ijs geconstateerd wordt, worden de rotorbladen evenwijdig aan de weg gedraaid en stopt de molen. Voordat de molens weer gaan draaien wordt gecontroleerd of ze ijsvrij zijn.

Meedoen. Investeren. Profiteren.

Op welke manier kunnen particulieren investeren in Zuidenwind?

De windmolens van Zuidenwind zijn volledig gefinancierd met geld van de leden. Hier is nu geen geld meer voor nodig, maar we verwachten wel weer nieuwe projecten. Door lid te worden zit je op de eerste rang om daaraan deel te nemen.

Hoe wordt winst en verlies verdeeld?

De windparken van Zuidenwind maken voldoende winst voor een goede rente-uitkering aan de investerende leden.  Elk park kent ook een omgevingsfonds.
Daarin wordt geld gestort ongeacht winst of verlies.  Zuidenwind houdt dan na rente-uitkering nog geld over voor storting in het duurzaamheidsfonds. Uit dit fonds worden nieuwe duurzame projecten gestart of ondersteund. Door lid te worden heb je een stem in de besteding van de winst.

 

Hoe transparant zijn de financi√ęle vergoedingen die het project geeft?

De financi√ęle vergoedingen aan de grondeigenaren en omwonenden in het projectgebied van Ospeldijk zijn in open overleg met alle grondeigenaren gezamenlijk tot stand gekomen. Dat is uniek in Nederland.

Zij besloten gezamenlijk om van de beschikbare grondvergoeding van ‚ā¨ 3,20/ MWh, 40% voor de bewoners te bestemmen en 25% voor de turbineplaats-eigenaar en 25% voor de infrastructuur en ten slotte nog 10% voor alle tussenliggende percelen. Deze verdelingsmethode was √©√©n van de punten waarom de gemeente Nederweert het project Ospeldijk selecteerde.

Een democratisch tot stand gekomen Adviescommissie beslist bij onze parken over de uitgaven van het omgevingsfonds. De Zuidenwindparken keren niet uit aan individuele huishoudens, maar wel aan gezamenlijke projecten zoals aanleg glasvezel en de exploitatie van een burgerbus.
Daarnaast worden alle vergoedingen jaarlijks gerapporteerd aan de Algemene Ledenvergadering van Zuidenwind.

Waarom zou je als burger/omwonende meedoen met windontwikkeling?

Een actieve betrokkenheid van burgers zorgt voor meer opbrengst in het gebied, controle op de naleving van wettelijke voorschriften, goede informatie in een vroeg stadium, de mogelijkheid om de stroom beschikbaar te stellen, te investeren tegen een aantrekkelijk rendement en actief aan gebiedsontwikkeling te doen.

Hoe wordt het rendement op de participaties berekend?

De rente wordt altijd elk jaar opnieuw door de Algemene Ledenvergadering vastgesteld. Wij proberen een rendement van 5% op de ingelegde gelden vol te houden. Ons bedrijfsplan is op dat rendement gebaseerd, maar de praktijk kan afwijken. In het Informatiememorandum lees je over alle overwegingen en risico's. Na de rente-uitkering voor de leden bestemmen we de dan nog resterende winst voor een storting in het duurzaamheidsfonds, en mogelijk voor een bonusuitkering.

Voor uitgebreide informatie: zie het Informatie Memorandum.

Kunnen minderjarigen ook lid worden?

Ja, iedereen kan lid worden, maar als je nog geen 18 bent moet er een wettelijk vertegenwoordiger toestemming geven, en heb je geen stemrecht.

Wat doet de coöperatie met de winst die niet uitgekeerd wordt?

De coöperatie zal de overgebleven winst toevoegen aan de reserves of bestemmen voor nieuwe projecten in de regio die duurzaamheid bevorderen. Anders dan bij het omgevingsfonds bepalen de leden van de coöperatie gezamenlijk de bestemming op voorspraak van het bestuur.

Wat is het rendement voor participanten in de windparken?

Zuidenwind kent géén participanten in de windparken. Alle leden participeren in de coöperatie. De coöperatie investeert in de projecten en de windparken. Het rendement is afhankelijk van de stroomprijs, de windopbrengst. Daarover kun je meer lezen in het  Informatiememorandum.

Wat krijg ik voor mijn lidmaatschap van 10 Euro?

Je eenmalige bijdrage van ‚ā¨ 10,- wordt direct ingelegd. Daarmee heb je een stem in de co√∂peratie. De leden van de co√∂peratie dragen bij aan een duurzame ontwikkeling . Alleen als lid heb je de mogelijkheid te lenen wanneer we geld nodig hebben voor nieuwe projecten.

Hoe zijn zeggenschap en besluitvorming in de coöperatie geregeld?

Elk lid heeft 1 stem in de coöperatie. Zowel het bestuur als de leden kunnen voorstellen doen aan de Algemene Vergadering van de coöperatie. Het bestuur legt verantwoording af aan de Algemene Vergadering. Zie voor meer informatie over besluitvorming de statuten van de coöperatie.

Wat is het Omgevingsfonds omgevingsfonds en hoe wordt het gevuld?

Elk windpark van Zuidenwind kent een omgevingsfonds. Dat is een potje dat jaarlijks gevuld wordt uit de opbrengst van de windparken. Een onafhankelijke adviescommissie  kan dit besteden aan lokale projecten die breed aan de omgeving ten goede komen.

In Midden-Limburg betalen alle co√∂peraties ‚ā¨ 1, per geproduceerde MWh stroom in het omgevingsfonds. In Ospeldijk wordt er jaarlijks ‚ā¨ 43.000 in het fonds gestort, in Heibloem ‚ā¨ 22.000. Voor de Co√∂perwiek wordt een bedrag in het parkfonds van Egchelse Heide gestort.

Wat gebeurt er met mijn lening als ik doodga of als ik ervan af wil?

Leningen zijn overerfbaar en kunnen ook worden overgenomen door iemand anders. Het bestuur zal hierbij helpen als dit zich voordoet.

Kan ik ook stroom uit het park krijgen?

De stroom van Zuidenwind wordt verkocht op de stroombeurs (APX) - je kunt niet rechtstreeks onze stroom kopen.

Waar vind ik het leningsreglement van de coöperatie?

Je vindt het participatiereglement met alle bepalingen zoals die zijn opgesteld door de leden van de coöperatie tijdens de Algemene Ledenvergadering bij de andere documentatie.

Kan ik ook op een andere manier meedoen met Zuidenwind ?

Zeker, er zijn verscheidene werkgroepen waarin je actief kunt worden en samen met andere vrijwilligers  je kwaliteiten kunt inzetten. Kijk eens bij commissies of er een groep bij is waarin je je thuis zou voelen.

Organisatie en financi√ęen

Hoe wordt de SDE ingezet om de projecten te financieren?

De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) voor onze windprojecten is toegekend door het ministerie van Economische Zaken voor windpark Ospeldijk (2018), Heibloem (2018) en ook de Co√∂perwiek (2014). De subsidie is een mogelijke aanvulling op de marktprijs voor energie om te zorgen dat duurzame productiemethoden rendabel kunnen worden ge√ęxploiteerd. Wanneer de marktprijs hoger is dan de basis-elektriciteitsprijs voor het project, vervalt de subsidie voor dat jaar. Dat is sinds augustus 2021 het geval. Aanvullende informatie: Aanvullende informatie: SDE+ subsidieregeling.

Hoe wordt de bouw van de windparken windparken gefinancierd?

Voor de voorbereidingskosten en de bouw van 1 windmolen is ca. 4 miljoen euro nodig. Dit bedrag wordt bijeengebracht met eigen vermogen (ca. 0,8 miljoen euro) en vreemd vermogen (ca. 3,2 miljoen euro). Het vreemd vermogen wordt ingebracht als lening door een nader te bepalen bank.

Hoe wordt de ontwikkeling van projecten gefinancierd?

Nieuwe ontwikkelingen worden uit de reserves van Zuidenwind betaald. De leden lopen daarin géén risico.  De reserves zijn opgebouwd door de winsten op de windparken.

Hoe is de verhouding tussen de windparken (bv's) en de coöperatie geregeld

Zuidenwind is 100% eigenaar van haar windparken. Tussen de coöperatie en de BV's is een bestuurdersstatuut vastgesteld. Daarin is geregeld dat de bestuurders van de BV zich houden aan de doelen van de coöperatie. De bestuurders van de BV's komen voort uit het bestuur van Zuidenwind. De algemene aandeelhoudersvergadering wordt door het voltallige bestuur van Zuidenwind gevormd. Ook fiscaal vormen de BV's met de coöperatie een eenheid.